De opleiding bestaat uit een major en enkele minors. De major vormt de basis en beslaat driekwart van de opleiding. Naast het bestuderen van de theorie en het uitvoeren van opdrachten, ga je in de major ook op stage. In de resterende tijd kun je je studie verbreden en/of verdiepen door de minors die je kiest. In het laatste jaar voer je een afstudeeropdracht uit.
In het eerste semester volg je voornamelijk verschillende basisvakken. Ook voer je twee projecten uit waarbij je ter ondersteuning vakken en practica volgt. In het eerste project ontwerp, maak en test je een model van een metalen bootcasco. Dit model ga je ook gebruiken als een mal voor een boot van composietmateriaal. Daarna ontwikkel je in een tweede project een Stirling motor. Door het uitvoeren van projecten leer je de theorie in de praktijk brengen.
In het tweede semester maak je kennis met echte werktuigbouwkundige onderwerpen zoals het maken van technische tekeningen en het rekenen aan werktuigbouwkundige componenten zoals lagers en tandwielen. Daarnaast voer je een aantal projecten uit, zoals het DriveXchange project. Daarin vorm je samen met ongeveer dertig studenten van de andere drie opleidingen een bedrijf dat een aantal producten ontwerpt, zoals een sumoworstelrobot en technisch speelgoed voor leerlingen van het basisonderwijs. Vervolgens bouw je daar een prototype van. Hierdoor leer je welke plek werktuigbouwkunde binnen het productontwerp inneemt. Ook leer je hoe je in de praktijk je kennis toepast in overleg met anderen.
Om je kennis te vergroten verdiep je in het tweede jaar verder in werktuigbouwkunde. Hierna bepaal je zelf je eigen studie.